“Be kind whenever possible. It is always possible.” Dalai Lama

Voor het ochtendgloren vertrekken we richting Dharamsala. Omdat de hoofdweg die dag enkel in de andere richting bereden mag worden, steken we de bergpas over…

Wat een avontuur, zeker met een vinnig, vrij agressieve (toch wat betreft rijstijl) cowboy aan het stuur! We kijken onze ogen uit: gieren die zich tegoed doen aan dode koeien, kuddes schapen en geiten, apen, nomaden op weg, hutjes waar je het niet voor mogelijk acht. En daartussen tweerichtingsverkeer van auto’s, bussen en kleurrijke camions.

Bij de provinciegrens worden we vriendelijk verzocht uit te stappen en plaats te nemen op een ‘controleersteen’. Onze paspoorten worden uitvoerig bestudeerd door enkele gewichtige en gewapende militairen. Als ze allemaal overtuigd zijn dat we wel ok zijn wordt ons thee aangeboden en willen ze om de beurt met ons een selfie, hilarisch gewoon (en overal zie je borden: “Strictly forbidden to photograph”).  Na vijftien rij-uren komen we eindelijk aan in ons hotel, moe van de rit maar onder de indruk van al het bijzondere dat we onderweg zagen.

Dharamsala wordt het kleine Tibet genoemd. De Dalai Lama en de Tibetanen zijn in 1959 verbannen uit hun eigen land door China. India biedt hen sedert dan op deze plek een nieuwe thuis. Ondanks deze opvang blijft de hele geschiedenis een intriest verhaal. De Dalai Lama stichtte in Dharamsala een nieuwe tempel om zijn volk toe te laten samen te komen en hun godsdienst te beleven.

De tempel en het hart van Dharamsala ligt op 2.5 km van ons hotel, dus de meisjes gaan te voet. Menige taxi vraagt ons of we een rit willen maar wij zijn blij te kunnen stappen…o wee wat een klim, zweet, zweet, zweet. Het laatste stukje loopt door het bos en de apen laten er zich gewillig fotograferen.

We zijn er op een goed moment. De tempel zit vol monniken en Tibetanen die er komen bidden in de Puja, een ritueel waarmee ze hun godheden vereren.

We vinden een vrij plekje en onmiddellijk wordt er voor ons gezorgd. Samen alle andere aanwezigen krijgen we rijst met noten en rozijnen en chai (thee met melk – in ons geval niet voor elk).

Na het ontbijt zet het ritueel zich verder met gebeden, de rondgang rond de tempel, de om mani padme hum mantra, de gebedsmolens, het offeren aan Boeddha…

Na een hele poos zitten wordt het tijd om de benen te strekken en bezoeken wij verder de verschillende tempels die behoren tot het grote complex. Er is op dit moment een conferentie met de Dalai Lama, wat een kleurrijke menigte. Jammer genoeg laat His Holiness zich niet zien.

Bij het naar buiten gaan merken we dat er op verschillende plaatsen grote ketels met eten opgesteld staan. We vragen wat uitleg en blijkt dat na het gebed iedereen een middagmaal krijgt. Ze verzoeken ons te blijven en ook deel te nemen. Het is een fantastische ervaring, het doet ons denken aan het verhaal van ‘5 broden en 2 vissen’. Iedereen krijgt volop rijst, groenten, dal, salade van komkommer en een flesje water. Allemaal echt smaakvol klaargemaakt! Alles is gratis, het is vrij een gift te doen. Tijdens de Puja, die 5 dagen duurt, gebeurt dit verdelen van voedsel elke dag. Op onze vraag hoe ze dit kunnen realiseren krijgen we het antwoord dat ze heel veel donaties krijgen. Mooi toch dat die ten goede komen aan de hele bevolking. We zijn onder de indruk van zoveel gastvrijheid. We zien hier de woorden van de Dalai Lama in daden omgezet: “Be kind whenever possible. It is always possible.”

Wij nemen ons voor om die spreuk ook ter harte te nemen en niet enkel op onze reis. Een vriendelijk woord, een hartelijke blik of glimlach kost eigenlijk geen moeite en opent harten en deuren.

We verkennen het verder zeer toeristische maar kleurrijke Dharamsala. Om een souvenirtje zit men er niet verlegen.

Onze tijd in Dharamsala zit erop en we stappen een soort reisbureau binnen om onze volgende rit te boeken naar Manali. We komen er buiten met vervoer voor een tocht van 7 dagen door Himachal Pradesh, 2 treintickets voor de stoomtrein van Shimla naar Kalka en de binnenvlucht voor onze laatste dag van Rishikesh naar Dehli. Dat vinden wij nu eens fijn geregeld.

Op onze 7 daagse tocht in het Himalayagebergte (de Kullu vallei en de Kinnaur vallei) ervaren we dat de wegen hier heel dikwijls in een erbarmelijke staat zijn. Overal zijn er wegenwerken maar dan wel op de Indische wijze: geen signalisatie, veel handenarbeid: stenen kappen, beton mixen, sleurwerk enz… Ook vrouwen dragen hier letterlijk hun steen bij. Sommige wegen worden bij ons aanzien als landweg of wandelweg. We worden stevig dooreen geschud en vorderen langzaam: gemakkelijk 12 uren over slechts 200 km. Wij zien dit als weer eens een goede oefening in geduld, in aanvaarding, in overgave…voordeel is wel dat je ruim de tijd krijgt om rond te kijken (zolang het klaar is tenminste).

Enkele hoogtepunten:

* de prachtige houten Bhimakalitempel in Sarahan

* de besneeuwde toppen van de immense Himalaya: we ervaren dat het bar koud kan zijn en de wind goed kan aanwakkeren. Op een nacht was het zelfs – 8°, ijs lag ‘ s morgens nog op de rivier. Hier werden we wel creatief om ons bed te verwarmen (er is hier geen verwarming en alle ramen enkel glas), we vulden onze waterfles met warm water, top idee! In de eetplaats was onze outfit niet de meest bekoorlijke maar we vielen niet uit de toon.

* de bergdorpen met hun volk en cultuur: het leven is hier nog zeer primitief. Granen en vruchten liggen te drogen op de daken. De was wordt gedaan in de rivier in het dorp of aan een warmwaterbron. Ook de in de rivier gewassen wol ligt te drogen op het dak. Zowel de gehuwde vrouwen als mannen dragen hier een zelfde hoofddeksel, kenmerkend is de groene kleur en de vorm. In een bepaalde tempel was zelfs een warmwaterbron. Die doet dienst als een openbare badplaats waar mannen en vrouwen (gescheiden) een uitgebreid heet bad kunnen nemen.

* de smalle weg naar het laatste dorp van India: Chitkul (op de grens met Tibet) vergde wel wat moed. Gelukkig hadden we een doodbrave chauffeur die ons overal veilig naartoe bracht.

* Onderweg zien we heel regelmatig kleine processies van mannen die met hun dorpsbeeld van Durga (Hindoe moeder godin) op stap zijn naar een 10 daags festival in Kullu. Bij veel tempels op de weg wordt eten, zoetigheden en thee uitgedeeld. Onze chauffeur kende de plekjes als geen ander.

* Prachtig houtsnijwerk in de tempel van Narayan in Rughi (het laatste dorp van het district Kinnaur) bij Kalpa.

* Ontwaken met zonsopgang in De Kinner Kailash (de heilige berg van Shiva) en dan mediteren in een prachtige ruimte met uitzicht op de besneeuwde toppen van die heilige berg. Bij het zingen van de mantra Om Lokah krijgen we beiden de krop in de keel. Ons hart stroomt over van dankbaarheid.

We genieten van onze laatste momenten in deze unieke natuur van de hoge Himalaya. Morgen trekken we benieuwd verder richting Shimla.

Vriendelijke! groetjes, Mieke & Griet